My MSD
Animal Health

Follow us:
Share:

Vaccineerbare ziektes - Niesziekte

Niesziekte is een veelvoorkomende, zeer besmettelijke ziekte, zowel bij kittens als bij volwassen katten.

Wat is niesziekte?

Niesziekte is een veelvoorkomende, zeer besmettelijke ziekte, zowel bij kittens als bij volwassen katten.

De ernst van niesziekte kan sterk variëren. Vaak blijft het bij een verkoudheid, waarbij men niezen en neusuitvloei ziet, maar er kunnen ook heel wat andere problemen opduiken, zoals oogontsteking, koorts en longontsteking. Over het algemeen zijn kittens en niet-gevaccineerde katten het gevoeligst.

Er zijn verschillende ziekteverwekkers die niesziekte kunnen veroorzaken. De belangrijkste zijn herpesvirus, calicivirus en chlamydia-bacteriën.

Katten in België worden standaard tegen niesziekte gevaccineerd.

Hoe kan mijn kat niesziekte krijgen?

Niesziekte is zeer besmettelijk. De virussen die niesziekte veroorzaken worden overgedragen via direct contact, zoals door speeksel en oogvocht. Daarnaast kunnen deze ook worden overgedragen via de lucht, door druppeltjes bij het niezen. Doordat het calicivirus – één van de belangrijkste oorzaken van niesziekte – langdurig in de omgeving kan overleven, kan het virus ook worden opgenomen door contact met voorwerpen die met viruspartikels werden besmet.

Door besmetting met herpes kan de kat bovendien ook drager worden van het virus. In deze gevallen kan het virus in stress-situaties opflakkeren, waarbij het virus steeds terug wordt uitgescheiden.

Hoe kan ik niesziekte bij mijn kat herkennen?

Doordat er verschillende oorzaken zijn van niesziekte, en de ernst ook afhankelijk is van het dier, kunnen de ziektetekenen nogal variëren.

Katten met niesziekte zullen vaak tekenen tonen die gelijkaardig zijn met die van een verkoudheid, zoals niezen (bijna altijd), hoesten, oog- en neusvloei (zie figuur 1). Daarnaast kunnen in sommige gevallen nog wat andere zaken worden gezien, zoals oogontstekingen (zie figuur 2), blaasjes of wondjes in de mond of op de tong – waardoor de kat gaat speekselen – (zie figuur 3 en 4) en wondjes op de voeten – waardoor de kat gaat manken.

Soms wordt een kat van niesziekte algemeen ziek, waarbij ze de eetlust verliest en koorts kan hebben. In ernstige gevallen kan geelzucht en longontsteking optreden.

Etterig-slijmerige ooguitvloer

Figuur 1: Etterig-slijmerige ooguitvloei

Erge ontsteking van bindvliezen en ogen
Figuur 2:
Erge ontsteking van bindvliezen en ogen

Wondje op de tong

Figuur 3: Wondje op de tong

Wondjes in de mond
Figuur 4:
Wondjes in de mond

Wanneer chlamydia betrokken is in de niesziekte, krijgt de kat bijna altijd te maken met erge ontsteking van de bindvliezen (conjunctivitis) (zie figuur 5) en verschijnen van het derde ooglid (zie figuur 6).

Ontsteking van bindvliezen en ooguitvloei

Figuur 5: Ontsteking van de bindvliezen en ooguitvloei

Ontsteking bindvliezen, met zichtbaar derde ooglid
Figuur 6:
Ontsteking van de bindvliezen met verschijnen van het derde ooglid

Hoe stelt de dierenarts niesziekte vast?

Meestal wordt de diagnose van niesziekte gesteld aan de hand van het ziektebeeld.

Met een swab kunnen staaltjes worden genomen van de ogen en mond. Hiermee kunnen laboratoriumonderzoeken worden uitgevoerd om de diagnose te bevestigen, maar dit is zeker niet altijd noodzakelijk.

Kan niesziekte worden behandeld?

Er zijn geen geneesmiddelen beschikbaar om de virussen die niesziekte veroorzaken te bestrijden. De behandeling van een kat met niesziekte bestaat dus over het algemeen uit een ondersteunende therapie en een goede verzorging. Afhankelijk van de ernst van de ziekte zal het hierbij al dan niet nodig zijn om de kat te laten hospitaliseren.

Wanneer chlamydia mede-oorzaak is van de niesziekte, zullen de kat – en alle andere katten in het huishouden – een langdurige antibioticabehandeling moeten ondergaan.

Kan niesziekte worden voorkomen?

Zoals altijd is voorkomen beter dan genezen.

Het vaccin tegen niesziekte behoort tot de basisvaccins van de kat en beschermt tegen zowel calicivirus als tegen herpesvirus. Dit vaccin zou dus in principe aan elke kat moeten worden toegediend. De eerste vaccins worden toegediend rond de leeftijd van 9 à 12 weken, met een boostervaccin 3 à 4 weken later. Het eerste herhalingsvaccin volgt dan op de leeftijd van 1 jaar. Daarna wordt ofwel om het jaar (hoog risico katten), ofwel om de 3 jaar (binnenkatten die niet naar de kennel gaan) nog een boostervaccin toegediend, die dient om de immuniteit op peil te houden.

Het vaccin tegen chlamydia behoort niet tot de basisvaccins, maar deze verkleinen de kans op een infectie met chlamydia aanzienlijk en zorgen in geval van infectie voor een minder ernstig ziekteverloop. Het kan aangewezen zijn om hiervan gebruik te maken in bijvoorbeeld catteries. Het eerste vaccin wordt hierbij gewoonlijk door de fokker toegediend op de leeftijd van 9 weken, met een boostervaccin 3 à 4 weken later. Vanaf daarna wordt jaarlijks opnieuw gevaccineerd.

Banner Pet Vet Picture
Les page d'Or
Vind een dierenarts in de buurt

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur
adipisicing elit,sed do eiusmod tempor
incididunt ut labore et dolore