My MSD
Animal Health

Follow us:
Share:

Hormoonstelsel - Suikerziekte

Like onze Facebook-pagina Brave en Hector voor tips om uw viervoeters gezond te houden!

Wat is diabetes mellitus?

Diabetes mellitus (ook soms kortweg diabetes of suikerziekte genoemd) is een ziekte die wordt veroorzaakt door een tekort aan insuline, of door een ongevoeligheid voor lichaamscellen om juist op die insuline te reageren.

Insuline is een hormoon dat wordt geproduceerd door bepaalde cellen in de pancreas (alvleesklier). Deze cellen reageren op stijgende hoeveelheid glucose in het bloed door meer insuline vrij te geven. Glucose is een suiker die ontstaat uit de afbraak van voedselcomponenten, en stijgt dus bijvoorbeeld na het nuttigen van een maaltijd.

De vrijgegeven insuline zorgt er vervolgens voor dat glucose zich verplaatst van de bloedbaan naar de cellen, die glucose als brandstof gebruiken. Aangezien in het geval van diabetes ofwel geen insuline wordt geproduceerd (af en toe), ofwel de lichaamscellen er niet op kunnen reageren (meestal), slagen katten die lijden aan diabetes er dus niet in om hun stofwisseling te doen werken op glucose.

De duidelijkste tekenen van diabetes bij de kat zijn teveel drinken, teveel plassen en lusteloosheid. Vaak wordt suikerziekte gezien bij katten die te zwaar zijn.

Suikerziekte behandelen vraagt wel wat motivatie, maar heeft een zeer goede prognose. Indien de diabetes goed onder controle is, kan een kat met diabetes een normaal en actief leven leiden.

Hoe groot is de kans dat mijn kat diabetes heeft?

Diabetes bij de kat is – net zoals bij de mens – een veel voorkomende inwendige ziekte. Naar schatting krijgen 1 op 200 à 300 katten te maken met suikerziekte. Het aantal diabetesgevallen is bovendien in stijgende lijn. De meeste katten zijn op oudere leeftijd op het moment dat ze de ziekte ontwikkelen (ouder dan 7 jaar, gemiddeld 10).

De kans op het ontwikkelen van diabetes hangt af van verschillende factoren. De volgende zaken vergroten de kans dat uw kat met diabetes te maken krijgt:

  • Suikerziekte wordt het vaakst gezien bij gecastreerde katers
  • Obesitas: een te vette lichaamsconditie is een heel belangrijke risicofactor voor diabetes.
  • Bij sommige katten komt een tumor voor die groeihormoon produceert. Dit hormoon werkt de ontwikkeling van suikerziekte sterk in de hand.
  • Andere gezondheidsproblemen, zoals hyperthyroïdie (te actieve schildklier) en bacteriële infecties.
  • Toediening van bepaalde medicijnen, zoals corticoïden, groeihormoon en progestatieve stoffen (hormoontherapie).

Hoe herken ik diabetes bij mijn kat?

Vaak voorkomende aanwijzingen dat uw kat diabetes zou kunnen hebben zijn:

  • Abnormaal veel dorst (zie figuur 1)
  • Abnormaal veel urineren
  • Minder actief, lusteloos
  • Wast zichzelf minder, krijgt een doffe, droge vacht

Drinkende kat
Figuur 1:
Als een kat abnormaal veel drinkt, is dit een teken aan de wand voor diabetes. 

Indien de ziekte niet wordt behandeld en aansleept worden ook vaak andere zaken gezien. De meest voorkomende complicatie van diabetes bij de kat is een zenuwaandoening (neuropathie). Het duidelijkste teken hiervan is dat de katten plat op de achterpootjes gaan lopen, zoals een konijn (zie figuur 2). Dit wordt plantigrade gang genoemd.

Kat met neuropathie
Figuur 2:
Plantigrade gang bij een kat met neuropathie ten gevolge van diabetes.

Hoe kan mijn dierenarts vaststellen of mijn kat diabetes heeft? 

Dierenartsen zijn goed in het herkennen van diabetes. Na het stellen van enkele vragen en het algemeen onderzoek van het dier zal uw dierenarts waarschijnlijk al een vermoeden hebben dat het om diabetes zou kunnen gaan.

Om dit te bevestigen zal een urine-onderzoek worden gedaan, waarbij wordt gemeten of er glucose (en eventueel keton-lichamen) in het staal aanwezig zijn.

Indien dit het geval is, kan de diagnose worden bevestigd met een bloedonderzoek. Indien blijkt dat de kat ook een te hoge bloedsuikerwaarde heeft, wordt de diagnose van diabetes gesteld.

Hoe wordt diabetes behandeld?

Genezen van diabetes is niet mogelijk, maar de behandeling van een kat met diabetes is vrij eenvoudig eens aangeleerd. Indien goed behandeld en opgevolgd wordt, kan een kat met diabetes een perfect normaal en actief leven leiden.

De basis van de behandeling is het dagelijks toedienen van insuline. Insuline wordt gewoonlijk 2 keer per dag gegeven om de bloedglucosespiegel te controleren. Dit kan door injecties te geven (zie figuur 3), maar met behulp van een insulinepen kan op een eenvoudige manier ook een precieze hoeveelheid insuline worden toegediend.

De dosis die de kat krijgt, wordt eerst door de dierenarts bepaald, daarna wordt regelmatig opgevolgd, waarbij de dosis door de dierenarts kan worden bijgestuurd.

We kunnen de kat opvolgen door de klinische toestand (gewicht en symptomen) in de gaten te houden en door informatie te verkrijgen over de hoeveelheid glucose in het bloed.

Dit kan gebeuren door rechtstreeks de glucose in bloed te bepalen. De dierenarts kan dit voor u doen maar als u dat wilt, kunt u ook gemakkelijk aanleren om dit zelf uit te voeren.

Daarnaast kan onrechtstreeks de bloedsuiker bepaald worden door het opvangen van een staaltje urine, waarbij de hoeveelheid glucose in de urine kan worden afgelezen met behulp van een teststripje. Dit kan handig zijn voor de controle van katten die geen insuline meer krijgen ten gevolge van klinische genezing door een goede controle.

Behandeling van kat met diabetes
Figuur 3:
Behandeling van een kat met diabetes door toediening van insuline-injectie.

Naast de toediening van insuline moet ook het dieet worden veranderd:

  • Werken naar een optimale lichaamsconditie: zwaarlijvigheid moet worden aangepakt en magere dieren moeten bijkomen. Vaak worden katten die hun teveel aan gewicht verliezen zelfs terug niet-diabeet.
  • Er is commerciële voeding beschikbaar die geschikt is voor katten met diabetes;
  • De voeding moet worden aangeboden net voor de insulinetoediening.

Daarnaast moeten eventuele onderliggende oorzaken van de suikerziekte worden aangepakt.

Waar moet ik op letten?

  • Lichaamsbeweging is goed voor een kat met diabetes, maar hierbij is regelmaat belangrijk. Inspanningen hebben immers invloed op de bloedsuikerwaarden. Net zoals bij het aanbieden van de maaltijden en het toedienen van insuline, moet dus ook de lichaamsbeweging consistent zijn.
  • Indien te weinig insuline werd toegediend, nooit een tweede keer toedienen! Overdosering van insuline kan immers ernstige consequenties hebben. Uiteindelijk kan uw kat als gevolg van een te hoge insulinespiegel zelfs in coma raken.
  • Indien uw kat tekenen vertoont van honger of rusteloosheid, is dit een signaal dat uw kat een te lage bloedsuikerwaarde heeft. De reden hiervan kan zijn dat teveel insuline werd toegediend, maar ook dat de kat te weinig heeft gegeten of dat de insulinebehoefte is veranderd. Het is raadzaam om langs te gaan bij de dierenarts indien u dit opmerkt.

Als uw kat tekenen van een erg suikertekort toont, zoals erg zwak zijn of zelfs bewustzijnsverlies, moet onmiddellijk worden ingegrepen of de bloedsuikerwaarde te verhogen. Indien de kat nog wakker is, en in staat is te slikken, moet een suikeroplossing (suiker, honing, glucosesiroop, ahornsiroop of iets gelijkaardig, opgelost in water) worden toegediend met behulp van een spuitje in de mond. Als alternatief kan ook rechtstreeks honing, ahornsiroop of glucosepasta op het tandvlees worden gebracht. Indien de situatie na een half uur niet is verbeterd, neemt u contact op met uw dierenarts. Als de kat niet meer in staat is om te slikken, moet ook honing, ahornsiroop of glucosepasta op het tandvlees worden aangebracht (maak zeker geen gebruik van een oplossing, aangezien dit in de luchtpijp kan lopen) en moet de dierenarts onmiddellijk worden gecontacteerd.

Banner Pet Vet Picture
Les page d'Or
Vind een dierenarts in de buurt

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur
adipisicing elit,sed do eiusmod tempor
incididunt ut labore et dolore