My MSD
Animal Health

Kies uw diersoorten (min. 1)

Besmettelijke hondenhoest

Infectieuze tracheobronchitis of besmettelijke hondenhoest (vroeger kennelhoest genoemd), is een zeer besmettelijke aandoening van de keel, de trachea en de bronchen. Naast virussen en bacteriën spelen ook stress, hygiëne en huisvesting een belangrijke rol.

Oorzaak en voorkomen

De belangrijkste pathogenen die met infectieze tracheobronchitis worden geassocieerd zijn de bacterie Bordetella bronchiseptica en het paraïnfluenzavirus.

Besmettelijk hondenhoest komt vaak voor waar veel honden met elkaar in contact komen (asielen, shows, hondenscholen, speelwijdes, fokkerijen, pensions, tentoonstellingen). Daarnaast bestaat ook altijd de kans dat een hond de ziekte oploopt tijdens heel normale activiteiten, zoals gaan wandelen (zie figuur 1).

Bepaalde kortsnuitige of kleine rassen hebben een verhoogd risico op het krijgen van kennelhoest.

Meest voorkomende locaties hondenhoest

Figuur 1: Diagram van de meest voorkomende locaties waar honden besmettelijke hondenhoest oplopen. 

Ziekteverloop

Besmettelijke hondenhoest wordt overgedragen via rechtstreeks contact (snuffelen aan elkaar), via aerosol (hoestende besmette hond) maar ook onrechtstreeks via kleding en de handen.

Een besmette hond kan na genezing nog gedurende enkele weken besmettelijk blijven voor andere honden.

Voor de specifieke pathogenese van Bordetella bronchiseptica en paraïnfluenzavirus kunt u terecht op de desbetreffende pagina’s.

Symptomen

Gewoonlijk begint het met een zeer typische, droge hoest die klinkt alsof de hond iets in de keel heeft. Sommige honden hoesten zo lang door dat ze gaan kokhalzen, braken of slijmen opgeven. Het hoesten komt vaak voor na inspanning of opwinding en kan worden uitgelokt door de luchtpijp aan te raken. Vaak is er neus- of ooguitvloei. In sommige gevallen worden de honden algemeen ziek, krijgen hoge koorts en zijn futloos.

Het hoesten kan soms wekenlang aanhoden met als risico dat het chronisch wordt of dat zich pneumonie ontwikkelt. Dit komt vooral voor bij pups, oudere en zwakkere dieren.

Diagnose

Gewoonlijk kan de diagnose van infectieuze bronchitis worden gesteld op basis van de klinische symptomen. Onafhankelijk van de oorzakelijke pathogeen wordt over het algemeen dezelfde behandeling ingesteld.

Bij dieren met erge symptomen is het aangewezen om aanvullend bloedonderzoek te doen of RX-opnames te maken van de thorax.

Om bepaling te doen van de oorzakelijke pathogeen kan onder anesthesie een spoeling van de bovenste luchtwegen worden gedaan, waarbij het spoelsel kan worden onderzocht.

Behandeling en preventie

Behandeling

Bij gezonde honden heeft de aandoening meestal een mild verloop en is het niet altijd nodig om antibiotica voor te schrijven. In deze gevallen geneest de hond vanzelf.

Pups, oudere honden of zieke dieren moeten wel worden behandeld met antibiotica om te voorkomen dat de hoest chronisch wordt of verwikkelingen zoals bronchitis en longontsteking geeft. Indien nodig kan dit worden aangevuld met ondersteunende therapie.

Als behandeling direct bij de eerste verschijnselen plaatsvindt is er een grote kans op succes. In chronische gevallen of wanneer complicaties zijn opgetreden daarentegen is de behandeling vaak moeilijk en de genezing moeizaam. Daarom is het beter om de ziekte te voorkomen door vaccinatie

Preventie

De jaarlijkse vaccinatie beschermd honden tegen een aantal virussen die besmettelijke hondenhoest kunnen veroorzaken, waaronder het paraïnfluenzavirus.

Er bestaan daarnaast vaccins die specifiek op besmettelijke hondenhoest gericht zijn. Deze vaccins bieden ook bescherming tegen Bordetella bronchiseptica. Op pensions is dit vaccin vaak verplicht.

Er zijn twee types hondenhoestvaccins. Een eerste type wordt geïnjecteerd. Een neusdruppel variant zorgt voor lokale antistoffen in neus en keel. Beide vaccintypes bieden een jaar bescherming.

Als een hond is gevaccineerd tegen infectieuze tracheobronchitis is die vrij goed beschermd. De kans op infectie wordt hierdoor een heel stuk kleiner en verloopt in dat geval ook meestal subklinisch.

U kunt de eigenaar bijkomstig ook inlichten over enkele maatregelen die de kans op besmetting verkleinen. Zo is het belangrijk om het contact van de hond met hoestende honden te vermijden. Daarnaast kan het ook nuttig zijn om de handen te wassen na contact te hebben gehad met andere honden.